Ieder jaar moeten alle alimentatiebedragen, zowel kinderalimentatie als partneralimentatie, worden geïndexeerd. Per 1 januari 2020 moeten de alimentatiebedragen met 2,5 % worden verhoogd.

Het indexeringspercentage wordt ieder jaar door het Ministerie van Veiligheid en Justitie vastgesteld en volgt de stijging van de lonen. De indexering geldt zowel voor alimentatie die door de rechtbank is vastgesteld, als voor alimentatie die in onderling overleg is afgesproken en geldt voor iedereen. Ex-partners kunnen samen afspreken dat de alimentatie niet geïndexeerd hoeft te worden, bijvoorbeeld in een convenant of een ouderschapsplan. Dan hoeven de bedragen uiteraard niet verhoogd te worden.

Als het alimentatiebedrag in de vorige jaren niet is verhoogd met de indexering, kan degene de alimentatie ontvangt eisen dat de indexering over die jaren alsnog wordt betaald. Dan kan niet onbeperkt. De terugvordering kan tot vijf jaar terug.

De wettelijke indexering is cumulatief. Dat betekent dat de jaarlijkse verhoging bovenop de vorige verhoging komt.

Een voorbeeld: In 2018 heeft de rechtbank bepaald dat u € 300,- per kind per maand moet betalen aan uw ex-partner als bijdrage in de kosten van de kinderen. Vanaf 1 januari 2019 moest dit bedrag worden verhoogd met de wettelijke indexering van dat jaar. In 2019 was het percentage 2,0%. Dat betekent dat u vanaf 1 januari 2019 € 300,- + (€ 300,- x 2,0%) = € 306,00 per kind per maand moest betalen. Vanaf 1 januari 2020 moet u € 306,00 + (€ 306,00 x 2,5%) = € 313,65 per kind per maand betalen.

Als u vragen hebt over de wettelijke indexering of achterstallige alimentatie wilt incasseren, neem dan contact op met één van onze specialisten. Dat kan natuurlijk ook als u alimentatie wilt laten vaststellen of het alimentatiebedrag wilt laten wijzigen.